Loes van Gemert

Loes van Gemert

De maand april staat voor de deur. April, voor jou misschien gewoon één van de twaalf maanden van het jaar. Voor mij is April niet zomaar een van de twaalf maanden. Sinds 2013 is het een maand met een emotioneel gekarteld randje. April, een maand die mij met weemoed laat terugdenken aan een overleden collega die mijn hart vonkte om voor een groter publiek lesmateriaal te ontwerpen.

Hoe het begon

Op een druilige herfstdag in 2012 stap ik een leslokaal binnen, waar mijn collega achter zijn bureau nog iets zit te typen. Zijn gladgeschoren hoofd en zijn donkere bril geven hem een speciale look. Het is een collega waar ik enorm tegen op kijk. Hij heeft al een aantal goedlopende MBO horeca managementboeken op zijn naam staan en zijn persoonlijkheid is doortastend en scherp. Zodra hij mij in het portier ziet staan staat hij op en zegt uit het niets: “Loes wat denk je ervan om mijn boeken mee te vernieuwen?” Onderwijs schrijven en ontwikkelen deed ik intern al voor mijn opleiding. Zonder maar een moment na te denken zeg ik WOW, heel graag.

Ik keek uit naar het proces van ontwerpen en schrijven. Toch verliep het proces op vele vlakken dramatisch. Wat we samen vol enthousiasme begonnen eindigde al snel in een mega pak met papier opgeborgen op de bovenste plank van mijn boekenkast. Verschillende meningen en visies omtrent het boek en de bijbehorende te ontwikkelen materialen zorgde ervoor dat het proces in 2013 abrupt werd beëindigd. We zaten tegenover elkaar in een klein kantoortje toen we elkaar recht in de ogen aankeken en tot het besluit kwamen dat we niet op één lijn zaten.  Zwaar teleurgesteld bleef ik achter want dat boek was in mijn hoofd al klaar. Amper twee weken nadat we de stekker uit ons project hadden getrokken overleed plotseling mijn dierbare collega bij een wielrenongeluk. Ik had hem niet meer gesproken. Dat doet mij tot op de dag van vandaag zeer. Het proces wat ik met zoveel enthousiasme was gestart werd overschaduwd door allerlei negatieve gedachten.

2015

Nieuwe eisen en een nieuw kwalificatiedossier zorgden dat we onze lesmaterialen moesten heroverwegen. Het begon weer te kriebelen en dat had ik al die tijd niet meer gehad. Ik sprong met veel enthousiasme op en sprak uit dat ik het ontwerp uit 2012 dan daadwerkelijk ging oppakken en zou afronden.  Ik heb heel veel manieren bekeken hoe ik het boek en bijbehorende spullen daadwerkelijk kon gaan aanbieden. Mogelijkheden van zelf uitgeven tot aan een uitgever bestudeerde ik en vergeleek ik met elkaar. Bedragen boven de 10.000  waren namelijk heel normaal. Daar hoef je niet goed voor te kunnen rekenen dat je dan heel veel boeken moet gaan verkopen. Dat was niet mijn doel. Mijn doel was en is nog steeds een overzichtelijk up-to-date visueel aantrekkelijk boek te creëren dat aansluit bij de praktijk en belevingswereld van leerlingen. Mijn overleden collega had in 2013 moeite met de visualisaties waar ik mee aankwam. Vaak had ik hem gevisualiseerd. Nu ben ik er blij mee want zo komt hij toch terug in de boeken. 

Tijdens mijn zoektocht hoe en wie de boeken ging uitgeven merkte ik echt de macht van de grootte, want als eenling voor maatwerk is het knap lastig en uitdagend. Kostentechnisch heb ik overwogen om te kiezen voor een uitgeverij die voor en door de docent als uitgangspunt heeft. Zo kwam ik met uitgeverij de Dienst in contact. De directeur stond voor mijn ideeën open. Sinds 2016 zijn er twee boeken via de uitgeverij voor scholen te koop.

Naast mijn twee boeken via de uitgeverij heb ik inmiddels ook lesmaterialen die ik uitgeef in eigen beheer via mijn webshop.

April, een maand waarin ik terugdenk aan die collega die mijn hart vonkte om lesmaterialen voor een groter publiek te gaan maken. Dankjewel fijne collega.

 

Vraag jij je geregeld af hoe jij nog meer kan zorgen dat je studenten actief mee doen tijdens de les? Wil jij studenten inspireren met je lessen?

In dit artikel staat breindidactiek centraal: didactiek op basis van het functioneren van het brein.

De afgelopen jaren zijn er steeds meer ontdekkingen gedaan op het gebied van de werking van het brein. Het goede nieuws is dat onze hersenen zich kunnen blijven ontwikkelen door gerichte training. Vroeger dacht men dat rond je 25ste je hersenen langzaam afstierven. Ook al weten we steeds meer over het brein er is ook nog veel te ontdekken.

Gerjanne Dirksen heeft het BCL (Brein Centraal Leren) model ontwikkeld. Dit is een praktisch model gebaseerd op zes breinprincipes. Hoe beter opleiders deze principes toepassen in hun lessen, hoe beter leerlingen over kunnen gaan tot leren. Geen intuïtief lesgeven dus, maar lesgeven gebaseerd op onderzoek naar de werking van het brein.

De breinprincipes op een rij:

Structurerende breinprincipes

  • Focus: Maak het aandachtig, nuttig, voorstelbaar en realistisch
  • Herhaal: Herhalen, oefenen, spreiden en pauzeren
  • Voortbouwen: Activeer voorkennis en reflecteer

Activerende breinprincipes

  • Emotie: Maak het spannend en uitdagend.(Wees een dopamine dealer)
  • Creatie: Actief aan de slag en dieper laten nadenken
  • Zintuiglijk rijk: Zet zoveel mogelijk zintuigen in en laat bewegen

Opdracht

Kies een les die je binnenkort gaat geven. Geef je les een breinvriendelijke draai door één van de zes breinprincipes toe te passen. Welke van de zes kies je?

Wil je meer weten?

Het boek bestaat uit 3 delen. Het eerste deel gaat over neuromythen en het brein, deel 2 over ‘alle zes in een les’, deel 3 behandelt de zgn. ASOOO- benadering. Tot slot is er ook nog een samenvatting.Naast de breinprincipes staat de ASOOO benadering centraal': A = Autonomie, S = Status, OOO = Overtuiging over ontwikkelbaarheid. Het brein staat open voor leren als de docent de autonomie en status verhoogt bij de leerlingen (bijvoorbeeld door ze invloed en keuzemogelijkheden te geven) en wanneer de overtuiging er is, dat je ergens beter in kunt worden. 

  • John Medina heeft het boek breinmeester (brainrules) geschreven.

Hierin onthult hij hoe je dankzij nieuwe inzichten uit breinonderzoek beter kunt onthouden, werken en leren. 

Een goede voorbereiding van de les is het halve werk. Maar hoe vaak schiet die voorbereiding er niet bij in? Vaak hebben andere zaken voorrang; voor het van te voren doordenken van de les wordt vaak niet genoeg tijd genomen. Ebbens & Ettekoven (2005) schrijven hierover:

“…docenten die jaar in jaar uit met dezelfde methode werken, voelen meestal weinig behoefte hun lessen tot in de finesse voor te bereiden. Dat is begrijpelijk. Met een groot aantal lesuren in de week is het niet te doen alle lessen elke keer tot in de details uit te denken. Veelal heeft men zich in de loop der jaren een manier van lesgeven eigen gemaakt, die lijkt te voldoen. Behoudens soms een aantal kleine wijzigingen laat men het hierbij.”

Toch is het goed regelmatig ook een al bekende les goed voor te bereiden. Dat helpt om:

  • kennisoverdracht naar leerlingen toe te vergroten
  • structuur in de les aan te brengen
  • na te denken over de doelen van de les
  • te bepalen welke werkvormen en/of (ICT-)activiteiten het meest geschikt zijn
  • de les beter overdraagbaar te maken
  • na te denken over klassenmanagement
  • als docent ook je eigen leerdoelen te bepalen

Ook al ik sta ik heel wat jaren voor de klas. Ik gebruik nog elke keer mijn lesontwerp checklist om mijn lessen voor te bereiden. Hoe check jij je lesontwerp?

 

7 jaar geleden – april 2012-  werd mijn eerste blog gepubliceerd. Spring in de digitale didactiek.

Het was een blog naar aanleiding van een interview met Ashwin Brouwer over het ontstaan en het maken van Social media in het mbo Mocht je het platform nog niet kennen kijk er zeker eens op! “Het is een platform voor iedereen in het (mbo) onderwijs die aan de slag wil gaan met sociale media, webtools, Office 365 en mediawijsheid. Het platform staat boordevol praktische tips, handige trucs en prachtige voorbeelden om onderwijs nog mooier, leuker en leerzamer te maken.” 

 

Toen en nu

Als je mijn directe collega’s zeven jaar geleden mijn voornaamste passie zou hebben gevraagd dan zouden digitale tools zeker in de top 3 voorkomen. Ik gebruikte zeer regelmatige digitale tools tijdens mijn lessen. De uitlegfilmpjes van allerlei tools van Jorick Scheerens vond ik een zeer prettige manier om te professionaliseren. Het feit dat ik op school niet overal beschikking had over computers of een deugdelijke internetverbinding zorgde er mede voor dat mijn voorliefde voor digitale tools naar de achtergrond verdween. Eind 2017 kwamen “de vlinders” weer terug. Ik verzorgde een aantal praktische workshops over digitale didactiek.

Tijdens de workshops stond ik stil bij de manieren hoe je onderwijs kan aanbieden volgens Tony Bates.

Ook keken we samen naar wat werkt.

Wat werkt bij gebruik ICT voor leren? (Bron: Merril 2002)

  • Realistische problemen als vertrekpunt (video, virtual reality)
  • Activeren van voorkennis (diverse tools)
  • Actief verwerken (diverse tools)
  • Demonstreren, voordoen (screencasts, video)
  • Oefenen (toetsen)
  • Samenwerkend leren
  • Feedback
  • Reflecteren

 

Wat versta ik onder digitale tools?

Digitale tools zijn voor mij een verzamelbegrip voor internet toepassingen waar gebruikers informatie op een gebruiksvriendelijke manier kunnen maken, delen en / of organiseren. Let op: de tool die je kiest moet je faciliteren / helpen bij  ………………..

 

Digitale tools kunnen helpen bij:

  1. Het maken van een krachtige, afwisselende leeromgeving,
  2. Het doorbreken van de schoolmuren,
  3. Het maken en creëren van kennis door leerlingen,
  4. Het in staat stellen om voor een breed publiek te publiceren,
  5. Het transparanter maken van denk – en samenwerkingsprocessen.

 

Niet alleen voor de leuk

Als ik lessen maak check ik altijd deze 3 woorden:  Efficiënt, effectief en/ of bevredigend. Voor mij werd het meer van belang dat ik vakinhoud, didactiek en technologie kon combineren zodat er zinvol, waardevol en betekenisvol onderwijs zou ontstaat. Ik sprak met een groot aantal docenten over keuzes van digitale tools. Want welke tool kies jij eigenlijk en waarom? Het TPACK-model was hierbij leidend.

 

Ken je het TPACK model?

Het TPACK model is ontwikkeld door Matthew Koehler en Punya Mishra en beschrijft de kennis die een docent nodig heeft om ICT te integreren in zijn of haar onderwijs. Zomaar een tool inzetten zonder na te denken wat de tool bijdraagt kan de effectiviteit en efficiëntie van je opdracht aantasten.

 

TPACK

De afkorting TPACK staat voor Technological Pedagogical Content Knowledge. Om dit vloeiend uit te kunnen spreken tijdens de workshops moest ik even goed oefenen. (probeer het maar eens uit te spreken). Het prettige aan het model is dat het drie kennisdomeinen samen laat komen.

TPACK is een beschrijving van de combinatie van vakinhoud (CK), didactiek (PK) en technologie (TK). De onderdelen komen samen in de sweetspot (het midden).

Waar staan alle combinatieletters voor? (je kunt ze ook aflezen in de afbeelding)

TK: Technological Knowledge: ICT-toepassingen kunnen hanteren, ICT-toepassingen op waarde kunnen schatten, functioneel begrip ICT

CK: Content Knowledge: Kennis van feiten, (mis)concepten, theorieën, procedures en verklarende kaders

PK: Pedagogical Knowledge: Kennis over leerlingen, inzet van bronnen, klassenmanagement, ontwikkeling lessen, evaluatie leerprestaties

TPK: Technological Pedagogical Knowledge. Kennis over relatie tussen technologie en didactiek en hoe didactiek kan veranderen ten gevolge van ICT

TCK: Technological Content Knowledge. Kennis over relatie tussen technologie en vakinhoud en hoe vakinhoud op nieuwe manieren gepresenteerd kan worden

PCK: Pedagogical Content Knowledge. Vakdidactiek, de kennis die de docent heeft om het vak vorm te geven en aan te passen met het oog op instructie.

 

Ik kan mij voorstellen dat de vele lettercombinaties overweldigend kunnen zijn. Het bestuderen en bespreken van het TPACK model zorgt ervoor dat je bewust wordt over het didactisch en de vakinhoudelijke inzet van ICT.    

Wil je zelf praktisch aan de slag met het TPACK model?

Tijdens het Nationale Mediawijsheid Congres in maart 2018 was het niet de digitale didactiek maar de digitale ethiek die centraal stond. Daarover zal ik een volgend blog schrijven.

 

 

Afgelopen weken heb ik met meerdere collega docenten gesprekken gevoerd over een van de gesprekskaartenWat is er nodig om in de leerstand te komen? 

Het waren leerzame gesprekken met diverse deelvragen waarbij ik jullie deelgenoot wil maken van één van de modellen die ter sprake kwamen. Ken je het model "the Learning Pit" van James Nottingham? Weet je welk model ik bedoel? Of zal ik je iets meer op weg helpen door de Nederlands vertaling prijs te geven? De Nederlandse vertaling van the learning pit is de leeruitdaging waar de kern gevisualiseerd wordt door de leerkuil.

Het model "the learning pit" is een visualisatie van een (leer)kuil waar een lerende zich op diverse punten in de kuil kan bevinden. Nottingham kwam op het idee van de leerkuil nadat hij diverse pogingen had gedaan om het leerproces aan zijn studenten uit te leggen. Met Vygotsky's zone van naaste ontwikkeling en Piagets volgende niveau bereikte hij niet het resultaat en merkte hij dat de modellen niet binnenkwamen bij zijn studenten. Zo ontstond the learning pit. 

De Leerkuil

De leerkuil is een manier om studenten te betrekken bij denken: 

  1.  over uitdaging,
  2.  over hun gedrag,
  3.  over leren,
  4.  over waar ze zijn in het proces.

De leeruitdaging geeft studenten de kans om na te denken en te praten over hun eigen leerproces. Leren kan erg ongemakkelijk aanvoelen en opgeven is een gedachte die vaak zal "opploppen". James Nottingham wou met zijn leerkuil zijn studenten laten weten en laten zien dat het prima is om buiten je comfort zone te zijn. Het verdient juist de voorkeur om buiten je comfort zone te zijn, omdat het daar is waar je leert. Als je binnen je comfort zone blijft, als je dingen doet die je al kunt, vindt er maar weinig leren plaats. Maar als je uit je comfort zone komt, als je verkent - als je vragen stelt - als je onderzoekt dan vindt er leren plaats.

 

Als docent kun je ervoor zorgen dat studenten de kuil ingaan. Studenten zitten in de leerkuil als ze een cognitief conflict ervaren. Een cognitief conflict zijn twee of meer ideeën die logisch lijken maar die elkaar lijken uit te sluiten wanneer ze met elkaar vergeleken worden. Zo weten leerlingen dat ze beter kunnen worden als ze studeren, maar vaak zien ze het nut er niet van in om meer te studeren. Als een student voor dit cognitief conflict oplossingen probeert te bedenken zit hij in de leerkuil. De student gaat van een enkel basisidee naar een situatie waar hij meerdere ideeën heeft die nog niet helder of geordend zijn.

Het boek geeft aan dat er verschillende stappen zijn die een docent kan ondernemen om studenten in de leerkuil te krijgen. Zo staan in het boek de volgende onderdelen centraal:

  • concept,
  • vraag,
  • cognitief conflict,
  • betekenisgeving,
  • reflectie. 

Als docent kun je beginnen met een voor de hand liggend concept (idee). Door vragen te stellen daag je de studenten uit. Je brengt ze als het ware op een punt waar ze:

  1.  meer uitgedaagd worden,
  2.  meer denken,
  3.  meer beginnen te twijfelen aan wat ze wisten. 

 

De studenten moeten meer moeite doen om huidige denkbeelden om te zetten in betekenisgeving. Als ze eenmaal betekenis kunnen geven aan de ideeën dan komen ze uit de kuil met een breder begrip. Natuurlijk gaat dit proces niet vanzelf. Je hebt een groei mindset nodig om de leeruitdaging aan te gaan. Door geregeld bewust met de leerkuil bezig te zijn wordt een growth mindset getraind.

 

Maak jij je studenten ook bewust van de leerkuil? Tip: Neem de leerkuil met je studenten door en laat ze praten en denken over uitdagingen, doorzetten, gedrag, leren en laat ze verwoorden waar ze op dit moment staan.

Wil je ook met collega docenten sparren over onderwijs en samen professionaliseren? Bestel dan de gesprekskaarten voor docenten.

Wil je meer lezen kijk dan op: James Nottingham over zijn learning pit. Kijk hier voor de originele visualisatie van Nottingham's learning pit. Van het boek is een Nederlandse versie de leeruitdaging uitgegeven door Bazalt. Het boek is te verkrijgen voor 58 euro en gedeeltelijk in te zien via BOL.com

Bronnen: de leeruitdaging en de video van J. Nottingham

"Ik vind je er kleurrijk en stralend uitzien" "Wat heb ik genoten om te luisteren naar je presentatie"

Ik las in een artikel dat het volgende week vrijdag -  1 maart 2019- Complimentendag is. De eerste gedachte die erin mij opborrelde: Is daar ook al een speciale dag voor nodig? Ik houd ervan om elke dag positive vibes rond te strooien. Niet omdat het moet maar gewoon omdat het zo fijn voelt. Complimenten hebben effect: het stimuleert en boost het zelfvertrouwen. Toch is het niet gebruikelijk om rijkelijk complimenten uit te delen aan mensen in je omgeving. Hoe kan het dat wij in het algemeen liever inzoomen op wat minder goed gaat?

Naast het zelf uitspreken en geven van een compliment is het ontvangen van een compliment voor velen ook een (ongemakkelijk) dingetje. Wat zeg je als iemand je complimenteert? Hoe voel jij je daarbij? Ga je blozen of zwak jij jezelf af? 

Complimenten zijn een positieve vorm van feedback over je gedrag, houding, prestaties en of kwaliteiten. Door wat je ziet, hoort en ervaart uit te spreken maak jij je blijk van waardering tastbaar voor de ontvanger. Hierbij is het van belang dat je oprecht meent wat je uitspreekt om verwarring te voorkomen.

Complimenten geven en ontvangen kun je leren door bewust uit te spreken hoe de ander op je overkomt.   

Gebruik de 3-trap voor het opstellen van een compliment:

1- vertel wat je ziet (ik zag/hoorde). “Ik vind het fijn dat je…” of: “het viel me op dat je….”

2- wat het effect daarvan is of was (het gevolg)

3- wat het voor jou betekent

 

Krijg je een compliment?

Geniet, lach en zeg dankjewel.

Wil je graag meedoen aan de positive vibes? Print dan deze kaders op stevig papier en geef iemand in je naaste omgeving een welgemeend compliment. 

 

 

 

 

Nog een laatste slok koffie giet ik naar binnen voordat ik de deur uitga. Buiten is het ijzig koud en pikkedonker. Verrast door de bevroren autoruiten ga ik op zoek naar een krabber. Het is alweer even geleden dat de autoruiten zo bevroren waren. De motor draait als ik met verkrampte en koude handen de laatste restjes ijs weghaal. We zitten bijna in de laatste 10 dagen van 2018. De laatste dagen van het jaar nodigen vaak extra uit tot reflectie en tot het maken van nieuwe plannen voor 2019.  

Hieronder enkele vragen en opdrachten voor jou om te reflecteren op 2018 

Afbakenen

Psst, op wat ga je reflecteren?

  • je werk?
  • je gezondheid?
  • je relaties?
  • je gedrag?
  • je gevoel?

Zorg dat je helder krijgt waarop je gaat reflecteren.

Structureren van gebeurtenissen

Als je weet op welk onderdeel je gaat reflecteren schrijf dan alle maanden onder elkaar op een blad. Noteer achter elke maand minimaal 3 kenmerkende woorden voor die maand. 

  • Wat waren jouw hoogtepunten van 2018?
  • Wat waren je dieptepunten?
  • Waar kreeg je veel energie van?
  • Wat heeft je veel energie gekost? 
  • Welke prikkels in je omgeving helpen je?
  • Welke prikkels in je omgeving frustreren je of maken het je moeilijk?

Tip blader eens in je agenda om je gedachten op te frissen. Lukt het je niet meteen om woorden te vinden leg het blad dan op een zichtbare plaats neer en vul deze in de loop van de week verder in. Wil je meer vragen kijk dan eens bij de gesprekskaarten die ik heb ontwikkeld.

 

Is er een patroon te ontdekken in je opsomming van kenmerkende woorden? Zijn er bepaalde maanden waarin jij uitblinkt? Kun je achterhalen of er prikkels in je omgeving hieraan hebben bijgedragen? 

Vooruitkijken en doelen stellen

  • Wat zou je graag anders willen in 2019?
  • Waar ga jij mee door?
  • Waar stop jij mee?
  • Welke doelen zijn persoonlijk belangrijk voor jou?
  • Welke doelen zijn haalbaar?

Als je doelen stelt zorg dat je kunt beschrijven welk concreet gedrag hoort bij je doel. Kun je verwoorden of visualiseren wat je moet doen of laten om je doel te behalen? Wanneer ben je tevreden? Hoe ziet dat eruit bij jou als je tevreden bent? Kun je concreet benoemen welk gedrag je wil laten zien?

"Motivation is what gets you started. Habit is what keeps you going." 

Een van mijn kernwaarden is persoonlijke aandacht. Om deze kernwaarde uit te dragen maak ik materialen die bijdragen aan een kleine moeite groot gebaar effect. 

Speciaal voor jou een DIY (Do It Yourself) cadeau om door te geven. Nu vraag jij je wellicht af wat mijn cadeau voor jou is? Speciaal voor jou heb ik een bundel kaarten in het thema feestdagen gemaakt. Alstublieft! Ik hoop dat je er blij mee bent. Maar nog liever hoop ik dat je ze gebruikt om iemand een persoonlijke boodschap te schrijven. Kleine moeite, groot gebaar effect! Print de handgemaakte kaarten op stevig papier en schrijf iemand een persoonlijk kaartje. Je kunt de printer instellen op a-5 of a-6 formaat. Je kunt voor eigen gebruik de kaarten gebruiken of je kunt met je leerlingen aan de slag gaan. Download ze hier  

 

Ik wens je alvast prettige feestdagen! Groet Loes van Gemert

 

 

Mijn bijdrage aan Hoera ik sta voor de klas!

De laatste jaren wordt er steeds vaker negatief gesproken over werken in het onderwijs. De salarissen zijn te laag, de werkdruk is te hoog, de constante veranderingen zijn niet bij te benen, de klassen zijn te groot, de kinderen zijn te lastig en de ouders staan niet naast maar tegenover de leraar.Hoewel we ons realiseren dat voor al deze punten veel te veel voorbeelden te vinden zijn dat het inderdaad ingewikkeld is in het onderwijs, vinden wij het tijd om de positieve verhalen die er ook zijn weer te gaan vertellen. We legden een groep mensen de vraag voor: vertel ons jouw herinnering waaruit blijkt dat er op scholen prachtige dingen gebeuren. Verhalen vanuit het perspectief van de leraar, maar ook mooie verhalen met herinneringen aan die ene leraar of lerares die het verschil maakte.

Te bestellen voor 10,- 

ISBN: 978-90-79596-40-9: Inkijkexemplaar

Op een druilige herfstdag sta ik met mijn mentorklas voor het zoveelste leslokaal. De leerlingen mopperen wat en ik hoor iemand zeggen: “Staat het rooster op shuffle ofzo? Kunnen we niet in één lokaal blijven?” Ik krijg een grijns op mijn gezicht bij het horen van al die opmerkingen als ik met drie volle tassen op mijn schouder de sleutel probeer om te draaien. “Juf, zal ik even helpen?” Graag, dat is fijn. Ik kijk mijn leerlingen aan en een behulpzame jongen pakt mijn tassen. Je puft wat en je vraagt met een verbaasde blik: “wat ik toch allemaal aan het meesjouwen ben.”

De deur gaat open en zoals gewoonlijk blijf ik bij de deuropening staan om iedereen gedag te zeggen. De donkere regenachtige herfstdag weerspiegelt even in het lokaal. Het duurt een paar seconden voordat de lichten met een tactische zwenkende tik worden aangeduwd. Ze zorgen ervoor dat iedereen even met zijn ogen knippert, wennend aan het felle tl-licht. De computer druk ik snel aan als iedereen een plaats uitzoekt in de klas. Er wordt her en der nog heen en weer gewandeld om de vieze natte jassen op de kapstok te hangen. Een muffe geur van nat textiel walmt door het lokaal. Een aantal leerlingen haast zich kris kras door elkaar op weg naar de stopcontacten. Stopcontacten zijn steeds meer een must-have om telefoons op te kunnen laden. De structuur van de les schrijf ik snel op het bord. Het ploffen van verschillende tassen op de grond zorgt dat ik opkijk en met mijn ogen snel screen of ik iedereen zie. In de tussentijd zie ik leerlingen die met elkaar aan het klieren zijn en hoor ik leerlingen die luidkeels spannende, stoere verhalen met elkaar delen. Voordat ik kan vragen waar jij bent, kom jij met veel bombarie binnen en eist ieders aandacht op. De klas is ineens stil en alle ogen zijn op jou en mij gericht. Je ademhaling is veel te snel en je woeste blik herken ik. Die blik in je ogen spreekt boekdelen. Het is de blik die je hebt als je in jezelf teleurgesteld bent. Als je echt boos bent op jezelf omdat iets je nog niet lukt wat je wel zo graag zou willen. De blik die ik afgelopen maanden geregeld op mijn netvlies kreeg. Jij wil het diep van binnen zo goed doen. Jij wil zo graag aan ieders verwachtingen voldoen. Je verleden speelt je parten en heeft diepe krassen achtergelaten op je  ‘harde schijf’ terwijl je zo je best doet deze krassen uit te wissen. “Juf, juf, juf, ik ben het toch vergeten klinkt er veel te hard door het lokaal. U zei het nog: vergeet je niet je voorbeeld mee te nemen zodat we het met de klas kunnen bekijken? En nu ben ik het toch vergeten.” In mijn gedachten passeren verschillende mogelijkheden. Met een rustige stem geef ik aan dat er nog veel meer lessen samen volgen om het voorbeeld te bekijken en te bespreken. Je ademhaling en je houding worden iets rustiger maar de emotie is nog zichtbaar in je lijf aanwezig. In de tussentijd vraagt de klas: “ Wat zou je meenemen dan? Juf, wat zou hij meenemen klinkt het in veelvoud met diverse stemmen door elkaar. Sssttt, luister, dat is nog een verrassing. Maar juf, ik wil het nu weten!”

Je loopt de klas uit en ik kan je nog net vertellen dat ik er zo aankom. Mijn lichaam draai ik richting de klas. In de klas worden boeken en schriften nog snel uit de tassen gevist. Pennen worden nog gezocht of snel nog van elkaar geleend. “Juf, bent u naar de kapper geweest? Ja zeg ik, is het te zien?” We grappen nog wat over sommige verregende kapsels.

De klas begint aan de startopdracht als ik naar de deur loop. Ik zie jou heen en weer ijsberen op de gang. We voeren samen een kort gesprekje waarin ik probeer te achterhalen wat je nodig hebt om jezelf te herpakken. Zichtbaar teleurgesteld kijk jij mij aan. De tranen zitten je zo hoog en ik heb zo met je te doen. Slik. “Juf, pfff ik vind het zo moeilijk. Het lukt me niet, mijn hoofd blijft een chaos en ik vergeet zoveel. “ Ik zoek oogcontact. Je tilt je hoofd iets omhoog en je mondhoeken zie ik iets omhoog gaan.  “Het lukt me nog niet”. “Kijk that’s the spirit,” zeg ik. Er verschijnt een klein lachje op je gezicht. Je kiest er uiteindelijk toch voor om even heen en weer naar de wc te lopen om je te herpakken en de klas daarna weer binnen te komen. Deal! Eerder heb ik met jou samen geheime tekens afgesproken, zodat ik je niet verbaal hoef te sturen, maar juist non-verbaal.

Als ik bij de deuropening kom is het de natte geur die als een muur op mij afkomt en mij even laat rillen. Mijn mentorleerlingen zitten in de klas en stuk voor stuk zijn het mensen met hun eigen talenten en uitdagingen. Een aantal leerlingen vooraan is rustig bezig met de startopdracht en een aantal leerlingen is ongestoord verder gegaan de uitgaansverhalen met elkaar te bespreken. Mijn ronde door de klas begint. Van elke groep hoor ik aan wat ze aan het doen zijn en wat er leeft. Ik geef richting en ik vraag door. Een aantal leerlingen is super enthousiast, maar de meeste hebben geen zin meer. ” Juf, heeft u geen Kahoot meer die wij kunnen doen?” Als ik naar rechts kijk, zit je weer aan de tafel steevast naast dezelfde klasgenoot. De rust schijnt terug te zijn als ik bij je tafel stop. Er ligt een briefje met de tekst: dankjewel weer, ik vergeet het volgende keer echt niet hoor! Ik knik en ik zeg: “Dat weet ik zeker.”

Het lesuur vliegt voorbij. De lesweken vliegen voorbij. Zo vliegt ook het schooljaar voorbij als het moment aanbreekt dat ik als trotse mentor diploma’s mag gaan overhandigen. Voordat het officiële moment aanbreekt zie ik jullie via de rode loper de school binnenwandelen. Mijn hart bonkt. Wat ben ik trots op ze. Opgewekte, stralende leerlingen in prachtige feestkleding, die op mij afstappen en vragen: “U gaat toch niet alles vertellen hé, wat we hebben meegemaakt?” Ik lach en ik zeg:  “Hoezo, mag dat niet dan?”  De blikken die ik op mijn netvlies krijg zijn onbetaalbaar. Geruststellend knipoog ik als de leerlingen plaatsnemen in de prachtige versierde aula. In mijn praatje maak ik de aanwezigen deelgenoot van hoe we hebben gelachen, geleerd, gemopperd, gebaald, gehuild en vooral samen hebben geleefd en zijn gegroeid. Soms kan ik ze achter “het behang plakken” maar ik geniet van het stukje dat ik mag meelopen in ieders verhaal.

Mens zijn en leren om je leven te leven biedt zoveel mogelijkheden om aansluiting te krijgen. Ruimte geven voor fijne, enorme TA-DA momenten, dipjes, teleurstellingen, liefdesverdriet, rouw en ga zo maar door. Na de diploma uitreiking scheiden onze wegen en gaat ieder zijn eigen weg.

Maar soms gebeurt er iets dat wegen weer doet kruisen. Leerlingen die je weer tegenkomt, leerlingen die ineens appen, leerlingen die e-mailen en leerlingen die nu mijn collega’s zijn. Ik vind het zo bijzonder. Zo kreeg ik laatst een app van mijn collega dat ik een leerling had teleurgesteld. Ik dacht teleurgesteld? Hoezo? Ik ben thuis. Vergeet je niet, je mentorleerling was ineens op school en hij wou je na al die jaren nog een keer zien. Hij wou je bedanken voor hoeveel hij van je heeft geleerd en wat je voor hem hebt betekend. De enige gedachte op dat moment was en is: dat is wederzijds. Ik leer elke dag weer van mijn leerlingen.

Ik vergeet je niet! Loes van Gemert

Bijdrage aan de bildung scheurkalender 2018
Zondag 5 augustus 2018 

Als je de bildungsscheurkalender hebt kun je op 5 augustus 2018 mijn bijdrage lezen.

De bildung scheurkalender bevat 365 inspirerende uitspraken. Iedere bijdrage zet aan tot nadenken. De uitspraken worden op de achterzijde in prachtige mini-essays toegelicht door 365 experts die werken in het onderwijs of voor het onderwijs. Helder is dat onderwijs meer omvat dan kennisoverdracht alleen. De Bildungkalender 2018 is 100 procent van én voor onderwijscollega’s.

 

De kalender bevat bijdragen van leraren uit alle geledingen van het onderwijs (so, po, vo, mbo, hbo en wo), maar ook van ouders, leerlingen, studenten, teamleiders, leerlingbegeleiders, remedial teachers, directeuren/rectoren, hoogleraren, lectoren, inspecteurs, beleidsmedewerkers,  wetenschappers, leden van de Eerste en Tweede Kamer, leden onderwijsraden po t/m hbo, schoolbegeleiders, wethouders, onderzoekers, bestuurders, psychologen, pedagogen, filosofen, schrijvers, didactici en vele andere onderwijBAD WORDperts.

Met gastbijdragen van onder andere KONING WILLEM-ALEXANDER, BEN FERINGA (Nobelprijswinnaar), ROBBERT DIJKGRAAF (Directeur van het Institute for Advanced Study Princeton), MARK RUTTE (oud-bewindspersoon OCW), TIBOR NAVRACSICS (European Commissioner for Education, Culture, Youth and Sports en JET BUSSEMAKER en MARJA VAN BIJSTERVELDT (oud-bewindspersonen OCW).

Pagina 1 van 2
© 2018 Loes van Gemert - Lesontwerp - KvK: 67284205