Opouw van de les

 5. Kop en staart

Elke les heeft een begin en een einde met alles daartussen in. De start staat voor de mooie kop : 
bijvoorbeeld een startopdracht dat leerlingen meteen aan de slag kunnen en jij tijd en ruimte krijgt. Tijd om het leerdoel en structuur van de les op het bord te zetten. Duidelijkheid te geven.

De staart van de Zeemeermin staat voor het einde; de afronding.
Standaard stop ik 5 minuten voordat de les is afgelopen. Ik ga evalueren, terugblikken op de les.
Bij de afronding geeft de staart (de evaluatie) essentiele informatie aan jou als docent. Terugblikken op het leerdoel en hoe de les is verlopen en het bespreken ervan levert een schat aan informatie op waarmee je verder kunt. De staart maken (evalueren) zorgt daarnaast ook voor een mooie start (kop) van de volgende les! Denk jij ook na over de zeemeermin?

Hoe ziet dat er dan uit in de praktijk?

Zorg voor duidelijkheid en structuur tijdens je les. In je lesontwerp dien je deze stappen om te zetten naar:

Je verloop van de les: schrijf de structuur(agenda/spoorboekje) op. Zo weten leerlingen wat ze globaal kunnen verwachten tijdens je les en eventuele laatkomers zien het visueel op het bord staan.

- terugblik: stel je een klassikale vraag/ gebruik je een online tool b.v. mentimeter.com/ geef je iedereen een post-it ? Hoe ga je voorkennis ophalen?

- introductie: wat zijn je leerdoelen van deze les zowel inhoudelijk bij het onderwep als de verwachtingen van het groepsproces ? Noteer je lesdoel op het bord. Laat een leerling je lesdoel uitleggen. Stel een controlevraag !

- instructie: hoe geef je de klas uitleg van nieuwe informatie? Doe je dat zelf of geef je leerlingen de opdracht om je slides van de presentatie over een paar minuten te presenteren?

- begeleide inoefening: het nieuwe onderwerp verder verkennen. Controlevragen stellen aan de leerlingen of ze de uitleg begrijpen .

- zelfstandige verwerking: bedenk in je lesontwerp goed je : w/h/t/r/k
w= Wat: wat moeten ze doen? Lezen, vragen maken , op welke bladzijde etc.
h= Hoe: hoe moeten ze het doen? Alleen- in groepjes
t= Tijd: hoelang krijgen ze voor de opdracht in minuten? Maak je de tijd inzichtelijk bv. door een eggtimer op het bord te zetten of andere terugtelklok/timer
r= Resultaat: wat ga je met de opdracht/ verwerking doen?
k=Klaaropdracht: wat kunnen ze gaan doen als ze klaar zijn

Zorg dat je duidelijk bent ! Noteer w/h/t/r/k op het bord!

- Reflectie / evalueren
Stop 5 min. voor het einde van je les en blik met leerlingen terug op deze les. Kijk naar je genoemde én opgeschreven leerdoel(en). Hoever is het gelukt ? Wat moet er anders?

Zorg voor duidelijkheid!

Differentiatie

Differentiëren betekent dat je als docent rekening houdt met de verschillen tussen leerlingen. Leerlingen verschillen op veel punten van elkaar, maar het gaat bij differentiatie alleen om de verschillen die betekenisvol zijn voor het onderwijs. Je kunt hierbij denken aan verschillen in:

• ontwikkelingsniveau
De ontwikkeling van leerlingen verloopt in fasen. Niet alle leerlingen van dezelfde leeftijd zitten in dezelfde fase van ontwikkeling. Het is de taak van de docent om bij de ontwikkeling van het individuele leerling aan te sluiten.

• intelligentie
Intelligentie verschilt per leerling. Maar ook de soort intelligentie kan verschillen. Sommige leerlingen zijn sterk in wiskunde, andere leerlingen weer in Nederlands. Weer andere leerlingen hebben moeite met begrijpend lezen of met spelling. Als docent bekijk je welke leerlingen waar goed en minder goed in zijn. Op deze manier weet je welke leerling meer of minder instructie nodig heeft bij een bepaalde les.

• leerstijl
De manier waarop leerlingen informatie verwerken en problemen oplossen kan sterk verschillen. Sommige leerlingen leren het beste als de geleerde stof als tekst gepresenteerd wordt, andere leerlingen houden meer van de visuele aanpak (beelden). Bied de stof op zoveel mogelijk manieren aan, zodat je (vrijwel) alle leerlingen kunt bereiken.

• leerstrategie
Jan Vermunt, hoogleraar Utrecht, vindt het begrip “leerstijl” achterhaald. Hij zegt: het gaat om leerstrategieën. Daarmee geef je iets meer aan dat een leerling een keuze heeft. Hij onderscheid vier strategieën: reproductief, betekenisgericht, toepassingsgericht en ongericht.
Veel leerlingen kiezen op school strategisch voor de reproductieve strategie want ze hebben aangeleerd dat je daarmee vaak punten scoort.
Een goede school spreekt leerlingen zeer regelmatig op de tweede en derde aan.
Een goede docent voorkomt dat de vierde door een leerling wordt toegepast..

• belangstelling
De leefwereld en de behoeften van leerlingen verschillen. Door daar bij aan te sluiten zijn de leerlingen meer gemotiveerd om te leren. Weet als docent wat er speelt bij de leerlingen, zodat je hierop in kunt haken tijdens je lessen.

Er zijn verschillende differentiatievormen:

• Niveaugroepen
Leerlingen worden voor een bepaald vak bij elkaar gezet in groepen op niveau. Op deze manier kun je als docent beter aansluiten bij de behoeften van de leerlingen. De instructie en de uitvoering van de activiteit(en) verloopt op deze manier effectiever.

• Taken
In de klas kunnen leerlingen taken krijgen/kiezen die zijn afgestemd op hun individuele behoeften. Op deze manier kunnen de leerlingen aan hun eigen ontwikkeling werken, op hun eigen niveau. Zorg er wel voor dat er ook taken zijn die voor iedereen zijn, zodat de verschillen niet te groot worden.

• BHV-model
BHV staat voor “basisstof, herhaling, verrijkingsstof”. Alle leerlingen krijgen instructie en maken de opdrachten die daarbij horen. Hierna maken ook alle leerlingen een diagnostische toets (een ontwikkelingsgerichte toets). Op basis van de uitkomsten van deze toets krijgt een deel van de leerlingen herhaalde instructie (deze leerlingen beheersen de basisstof nog niet optimaal) en het andere deel van de leerlingen maken de verrijkingsopdrachten (deze leerlingen begrijpen de basisstof). Na de herhaalde instructie of de verrijkingsopdrachten volgt de evaluatie. Tijdens de evaluatie bekijk je of de leerlingen de doelen hebben bereikt. De leerlingen moeten nu allemaal de basisstof beheersen.
Als geformaliseerd differentiatiemodel is BHV – zo blijkt na alle jaren ervaring – zelden succesvol. Informeel toepassen van bhv is wel nuttig.

© 2018 Loes van Gemert - Lesontwerp - KvK: 67284205